Wortel schieten
Moeheid. Ik heb er al jaren last van, maar ik heb ze nog steeds niet onder controle. Ze overvalt me vaak van het ene op het andere moment. Ik krijg er maar moeilijk hoogte van. Zo was een vriendin laatst bij me op bezoek. Het was heel gezellig, maar toen ze drie uur later weg was, was ik gevloerd. Het besef dat ik ‘zelfs’ moe word van een vriendschap, deed me ontzettend veel verdriet. Hoe heeft het ooit zover kunnen komen?
Het was 1998 en ik was begin twintig. Ik kon mijn geluk niet op. Ik was gefascineerd van andere culturen en kon deze passie zowel in mijn studie als in mijn werk volledig kwijt. In mijn enthousiasme kende ik geen grenzen. Ik vond alles geweldig, ik wilde overal bij zijn en alles leren. Ik ging al snel een extra vak volgen, nam de coördinatie van een extra leeronderzoek op me en nam wat extra uren van een collega over. Binnen no-time was ik 7 dagen in de week 14 uur per dag in de weer. Op het moment zelf zag ik geen vuiltje aan de lucht.
“The sky is the limit” was mijn Jupiteriaanse credo. Ik was kerngezond, een rasoptimist, supergemotiveerd en gevaarlijk naïef. Tot ik op een ochtend in een moment van totale machteloosheid de les uit liep. Ik was zó hardleers, dat alleen ‘a teachers worst nightmare’ me de ogen deed opengaan. Of eigenlijk... wat erop volgde. De volgende dag was ik totaal gebroken. Ik kon niet meer, ik was uitgeput, total loss, volledig opgebrand. Burn-out in moderne termen.
Bijna een kwart eeuw had ik me staande gehouden in een tiende-huis-façade. Mijn ogen hield ik onbewust slechts gericht op mijn zuidknoop in tien: de glansrijke carrière, de smetteloze reputatie. Ooit in een ver verleden bleek die façade functioneel. Toen ik te jong was om zélf vorm te geven aan mijn wereld en afhankelijk van de goodwill van mijn omgeving, was zij mijn redding. Ik hield mij schuil achter een geweldig sociaal schild, een zachtaardig (zuidknoop tevens conjunct maan), maar oh zo bikkelhard masker, dat mijn binnenwereld scheidde van mijn buitenwereld.
Maar door de jaren heen leek ik vergroeid te zijn geraakt met mijn zuidknoop in tien conjunct de maan. Zozeer dat ik de overstap van zuid naar noord alleen kon maken, nadat ik letterlijk gevloerd was. En nog steeds ben ik zo sterk vergroeid met mijn zuidknoop, dat hij zich onbewust aan me opdringt, me stiekem terugwerpend naar de wereld van mijn kindertijd. Naar een wereld waarin het niet de bedoeling is dat je echt gaat voelen wat er werkelijk te voelen valt. Waar je alleen maar de schone schijn op hoeft te houden en dat alles dan goed komt.
Maar die façade ophouden kost ontzettend veel energie en die heb ik (gelukkig?) niet meer. Mijn schone-schijn-putje is opgedroogd. Zodra ik haar – bewust of onbewust - aanboor, word ik overvallen door een onbegrensde moeheid, die ik slechts kan bestrijden door me te richten op die andere pool in vier: door te voelen wat er écht te voelen valt.
Telkens wanneer dat gordijn van de schone schijn zich onbewust voor mij heeft opgetrokken en de deken van moeheid over me neerdaalt, realiseer ik me dat ik mijn aandacht moet verleggen van mijn zuidknoop in tien naar mijn noordknoop in vier. Dus staat mijn leven steeds meer in het teken van een goede basis: een gezonde voeding, (emotioneel) lichaamswerk en een veilige thuishaven. Al het andere - en dan met name mijn carrière - staat op het tweede plan. Ik heb me teruggetrokken uit de grote stad, zoek het contact met de natuur meer op en doe alleen wat mijn hart me ingeeft om te doen. Uiterlijk doe ik niet veel en sta ik ogenschijnlijk stil, maar innerlijk is een proces aan de gang, dat zijn weerga niet kent. Iedere dag merk ik dat ik een stapje dichter sta bij wie en wat ik werkelijk ben. En wanneer ik – zoals onlangs - een terugval heb, wanneer die vreselijke moeheid me opnieuw overvalt en ik wegzink in vertwijfeling, dan vind ik berusting in mijn weg van zuid naar noord. En dan kijk ik even naar beneden en dan zie ik dat ik ondertussen al weer aardig wat wortel heb geschoten.
Verschenen in: AstroFocus juni 2006
