small logo

Column

It's fladdertime again

"Oh, dus jij hebt Pluto nog niet gekraakt." Het is niet de eerste keer dat ik deze opmerking naar mijn hoofd geslingerd krijg. Terwijl in de astronomie de waarde van Pluto is gedaald, lijkt er in astrologenland alleen maar meer waarde aan te worden gehecht. Maar wat moet ik toch met zo'n opmerking? Ik voel het als een terechtwijzing. Zo van: "Blijf jij nog maar even langs de zijlijn staan, want je bent nog niet droog achter je oren." Uiteindelijk kan ik er niets tegen inbrengen, want ze heeft gelijk: ik ben 32 jaar en daarmee is het een feit dat ik Pluto nog niet gekraakt heb.

Dat ik zo'n opmerking als een terechtwijzing ervaar, zegt waarschijnlijk meer over mijzelf dan over die ander. Misschien ben ik zélf wel degene die er de meeste waarde aan hecht. Zo betrap ik me er af en toe op, dat ik ernaar verlang om Pluto te kraken. Dan wil ik de tijd het liefst een zetje geven, omdat ik ervan baal dat ik nog drie jaar moet wachten. Ik ben de afgelopen jaren al zo diep gegaan, dat ik denk dat dit er ook nog wel even bij kan. Maar de sterren laten zich niet dwingen.

En dus heb ik te roeien met de riemen die ik heb. Het is een inzicht, dat me ertoe verleidt om het roer radicaal om te gooien. Ik mag best wat meer lichtvoetig in het leven treden. Ooit in een ver verleden was ik die ultieme fladderaar, maar ergens onderweg heb ik mijn teen iets te hard gestoten, waardoor ik voorzichtig en afwachtend ben geworden. Het magische getal zeven doemt voor mij op. Zeven jaren van afzondering en inkeer zijn voorbij gegaan. Zeven jaren waarin ik verlangde naar een kluizenaarsbestaan, naar nul procent prikkels van buitenaf en slechts mijn innerlijke wereld aan wie ik aandacht wilde schenken.

Maar die tijd is nu voorbij. Ik mag weer leuke dingen doen van mezelf, ook al zijn ze populair en lijken ze oppervlakkig. Het hoeft niet meer altijd serieus en diepzinnig te zijn. Ik hoef niet meer alleen met mezelf bezig te zijn. De tijd komt dat het plezier weer wat meer mijn leven in waait en ik merk dat ik er spontaan vrolijker van word. En dan, als een donderslag bij heldere hemel, voel ik me teruggeworpen in de tijd. Ik realiseer me hoezeer ik weer lijk op de vrolijke Chantal die ik ooit was. Even deins ik terug, maar dan zie ik dat ik hiermee een stukje van mezelf aan het terugvinden ben. Een stukje dat ik een hele periode van mijn leven heb geprobeerd te verloochenen, omdat ik dacht dat het de oorzaak was voor mijn falen.

En dan kijk ik opnieuw naar de transit van Pluto en dan constateer ik tot mijn verbazing dat Pluto over een paar maanden opposiet mijn Radix Zon in X staat. En dan doemt als vanzelf een flashback voor mij op van een ogenschijnlijk succesvolle, ambitieuze Chantal, die met man en macht haar positie probeert te handhaven, maar uiteindelijk toch het onderspit delft en van haar maatschappelijke ladder dondert. Of ik zie een vader die koste wat kost respect probeert af te dwingen, maar daarmee stukje bij beetje van zijn voetstuk afglijdt.

Maar als ik lees wat ik verder heb geschreven, dan realiseer ik mij dat deze transit van Pluto zijn werk al doet. Ik hoef niet bang te zijn om in herhaling te vallen. Misschien kan Pluto - net als Saturnus - wel je beste vriend zijn, als je maar luistert naar zijn stem. Het is de transit van Pluto opposiet mijn Zon in Tweelingen in X die mij opnieuw in contact brengt met een stukje persoonlijkheid van mij, dat ik jaren in de koelkast had liggen en dat ik ondertussen verloren had gewaand. Ik ben niets meer en niets minder dan een vleugellam geslagen fladderaar, die zichzelf opnieuw aan het ontdekken is. En die voorzichtig zijn vleugels opnieuw aan het spreiden is om weer te vliegen. En dan hoor ik een stem, die zegt: "Ga maar, Chantal. Vlieg. Je mag weer." En ik luister. "Vlieg maar Chantal, maar zorg dat je het contact met de aarde deze keer niet verliest." Ik luister. En ik volg.

Verschenen in: AstroFocus september 2006

Terug

Design: www.fvue.nl